Nieuws
Verkennend gesprek ondersteunt huisarts steeds vaker bij verwijzing voor mentale klachten
Het verkennend gesprek navigeert tussen ggz en sociaal domein
Als huisarts kunt u verwijzen naar een verkennend gesprek wanneer niet direct duidelijk is welke ondersteuning het meest passend is bij mentale klachten. Denk bijvoorbeeld aan iemand met autisme die hulp zoekt vanwege somberheidsklachten en dwanghandelingen en veel piekert over de toekomst. Tijdens het verkennend gesprek onderzoeken een ggz-professional en een medewerker uit het sociaal domein samen met de patiënt welke factoren bijdragen aan de klachten en het dagelijks functioneren.
Deze brede benadering helpt om te bepalen welke ondersteuning het beste past bij de situatie: behandeling binnen de ggz, praktische ondersteuning vanuit het sociaal domein of een combinatie van beide. U krijgt als huisarts een advies vanuit het verkennend gesprek over het vervolg. Het doel is dat mensen zo passende hulp of zorg krijgen en sneller terecht kunnen. Dat is beter voor de cliënt en verlaagt de druk op de ggz. Daarnaast is het een hulpmiddel voor huisartsen om minder werk en tijd kwijt te zijn aan het doen van een verwijzing binnen het complexe ggz-landschap.
Steeds meer verkennende gesprekken, maar er liggen nog kansen
Verschillende Mentale gezondheidsnetwerken (MGN’s) zijn inmiddels bezig met verkennende gesprekken. Uit de Implementatiemonitor Mentale gezondheidsnetwerken blijkt dat tussen januari en april 2026 er 1.695 verkennende gesprekken zijn gevoerd. De landelijke ambitie gaat ervan uit dat we groeien naar 120.000 verkennende gesprekken per jaar. De verschillen tussen MGN’s zijn hierbij groot. Sommige netwerken maken al regelmatig gebruik van het verkennend gesprek, andere geven aan nog niet te zijn waar ze zouden willen. Er liggen dus nog volop kansen voor verdere uitbreiding van het verkennend gesprek. En aangezien de resultaten en ervaringen van het verkennend gesprek tot nu toe positief zijn, is het belangrijk om te onderzoeken hoe we die kansen beter kunnen benutten.
In een aantal Mentale gezondheidsnetwerken werkt VGZ als eerste verzekeraar actief mee aan deze beweging. Zorginkoper Maartje Spee is onderdeel van de stuurgroepen en ziet veel potentie in de inzet van verkennende gesprekken: “Ondanks dat de implementatie meer tijd kost dan verwacht, zien we dat verkennende gesprekken wél doen waarvoor ze bedoeld zijn: meer mensen vinden direct de ondersteuning die past bij hun hulpvraag. En dat is vaker dan verwacht niet binnen de ggz, maar in het sociaal domein.”
Leren, vertrouwen en maatwerk maken het verschil
De eerste ervaringen laten zien dat regio’s stap voor stap vooruitgang boeken. We zien dat regio’s die met een klein clubje betrokken mensen zijn begonnen, vaak sneller ervaringen opdoen en onderling vertrouwen opbouwen. En dat is nodig voor succesvolle inzet van het verkennend gesprek. Maartje: “Professionals in de ggz moeten erop vertrouwen dat de inzet vanuit de POH-GGZ en het sociaal domein ook voldoende kunnen zijn voor de hulpvraag. Ook van huisartsen vraagt het verkennend gesprek een nieuwe route naast de bekende verwijsmogelijkheden. Deze beweging kan dus alleen slagen als iedereen vertrouwen heeft in de deskundigheid en kwaliteit van de andere betrokken partijen.”
Ook stelt Maartje dat het belangrijk is om optimistisch te zijn: “Durf te kijken naar de mogelijkheden en naar wat er wél kan. Welke drempels zijn er binnen de regio, en welke oplossingen kunnen we hiervoor bedenken? Maatwerk per regio kan de verkennende gesprekken echt verder helpen.”
Meer passende ondersteuning begint bij de verwijzing
Huisartsen hebben een belangrijke rol bij het inzetten van het verkennend gesprek voor hun patiënten. “Huisartsen hebben het druk, dus het moet niet voelen als iets wat erbij komt. In de praktijk zien we gelukkig dat het verkennend gesprek huisartsen juist ontzorgt en ondersteunt bij complexe verwijsvragen”, vertelt Maartje. Ze hoopt dat steeds meer huisartsen hier bekend mee raken. Zij kunnen bijvoorbeeld bij hun RHO navragen hoe het verkennend gesprek is ingericht in de regio en wanneer zij er gebruik van kunnen maken.
Huisartsen die al ervaring hebben met het verkennend gesprek moedigen we aan om hun ervaringen te delen met andere praktijken. Zo kan de aanpak binnen en buiten de regio verder verbeteren. Maartje: “Ik hoop dat de eerste inzichten en veelbelovende resultaten aanstekelijk werken en huisartsen inspireren om steeds meer in te zetten op het verkennend gesprek.”
Meer weten?
Op onze website vindt u meer informatie over onze visie op Mentale gezondheidsnetwerken en op het verkennend gesprek. Heeft u hier nog vragen over? Neem dan contact met ons op. Voor hulp of bij vragen over de inzet van het verkennend gesprek binnen uw praktijk kunt u terecht bij uw RHO.
