Geneesmiddelentekort en medicijnwissel

Geneesmiddelentekort en medicijnwissel

Bij een geneesmiddeltekort is een bepaald geregistreerd geneesmiddel (tijdelijk) niet of onvoldoende beschikbaar. Deze tekorten ontstaan door productie- en distributieproblemen. Geneesmiddelentekorten zijn een internationaal en moeilijk op te lossen probleem. Door tekorten kan het zijn dat verzekerden te maken krijgen met een medicijnwissel.

Wat wij doen om medicijnwissels en medicijntekorten tegen te gaan

We begrijpen dat medicijnwissels zowel voor de patiënt als voor de apothekers grote impact kunnen hebben. Ook wij zijn bezorgd over de tekorten en doen er, binnen onze mogelijkheden, alles aan om dit zoveel mogelijk te voorkomen.

Om medicijnwissels en medicijntekorten tegen te gaan hebben we onderstaande punten opgenomen in ons preferentiebeleid:

  • We houden ons aan de afspraken zoals we deze met het Ministerie van VWS en leveranciers hebben gemaakt. We wijzen de preferente geneesmiddelen aan voor een periode van minimaal 2 jaar. Bij ongeveer 50% van de geneesmiddelen wordt dit verlengd met nog een periode van 2 jaar. En bij ruim 30% hiervan hebben wij afgelopen jaar een hogere prijs geaccepteerd om de aanwijzing van preferente middelen zo constant mogelijk te houden. Hiermee proberen we medicijnwissels zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Bij de aanwijzing van een preferent middel maken we afspraken met de leverancier. Bijvoorbeeld over de hoeveelheid van het preferent middel die zij moeten kunnen produceren en leveren, maar ook over hoe we grip houden op de beschikbaarheid van een middel.

    Elke week monitoren zowel de leverancier als wij de leverbaarheid van de preferente geneesmiddelen. Contractueel hebben we afgesproken dat leveranciers ons direct op de hoogte brengen bij een (dreigend) leveringsprobleem, om vervolgens samen tot een oplossing te komen. Conform de overeenkomst met de leverancier vullen zij wekelijks een format in met de beschikbaarheid van de geneesmiddelen. Voorzien wij problemen? Dan gaan we in overleg met de leverancier en proberen we samen tot een oplossing te komen.

    Bij een (langdurig) leveringsprobleem gaan we in gesprek met de leverancier. Indien mogelijk wordt er een alternatief geneesmiddel toegevoegd aan de lijst met preferente middelen. Apothekers kunnen dit middel dan verstrekken aan hun patiënten. Als dit het geval is worden apothekers hierover geïnformeerd via onze maandelijkse nieuwsbrief. Ook wordt het alternatieve middel zichtbaar in het apothekersinformatiesysteem.

    Soms is het niet mogelijk om een alternatief middel toe te voegen aan het preferentiebeleid. We kunnen dan besluiten om het cluster los te laten en geen preferentiebeleid meer te voeren. Ook hierover informeren we de apotheker via de nieuwsbrief.

  • Om grip te houden op de beschikbaarheid van preferente middelen hanteren we voorwaarden in de overeenkomst met de leverancier. Is een preferent middel ondanks gemaakte afspraken niet leverbaar? Dan gelden daarvoor de volgende voorwaarden:
    • De leverancier meldt dit op tijd aan het CBG en aan ons.
    • Is een middel voor langere tijd niet leverbaar? Indien mogelijk draagt de leverancier een alternatief geneesmiddel aan dat wordt toegevoegd aan de lijst met preferente middelen. Soms is het niet mogelijk om een alternatief middel toe te voegen. Dan wordt de werkzame stof verwijderd uit de preferente lijst. 
    • In uitzonderlijke gevallen kunnen wij een boete opleggen aan leveranciers met een nalatigheid in leverbaarheid.
  • Leveranciers van geneesmiddelen informeren wij in principe 8 maanden voor de ingangsdatum van de preferente aanwijzing. Zo hebben zij voldoende tijd om hun planning, productie, logistiek en voorraadbeheer op orde te brengen om de middelen te kunnen leveren.
  • De prestaties uit het verleden zien wij als basis voor mogelijke prestaties in de toekomst. Geeft de leverancier geen transparant beeld over voorraden en levertijden? Dan sluiten wij deze leveranciers uit van de biedingen.
  • Sinds januari 2013 betalen wij een distributievergoeding voor de preferente geneesmiddelen aan de groothandel. Zo zorgen we voor een goede verdeling van de medicijnen. We financieren sinds 2025 ook de groothandels voor het aanleggen van veiligheidsvoorraden van preferente middelen. Door deze buffer ontstaan minder snel medicijntekorten en dat zorgt voor minder medicijnwissels

  • We sluiten aan bij landelijke tafels om in ZN-verband afspraken te maken om medicijntekorten en medicijnwissels tegen te gaan. In 2024 hebben we in ZN-verband een aantal afspraken gemaakt met leveranciers om leveringsproblemen te voorkomen en daarmee medicijntekorten en medicijnwissels tegen te gaan:

    • Tussentijdse prijsaanpassingen zijn mogelijk
    • Als door bijvoorbeeld duurdere grondstoffen de prijzen die de leveranciers met de zorgverzekeraars zijn overeengekomen te laag blijken te zijn, kunnen deze tussentijds na overleg aangepast worden zodat de levering vergemakkelijkt of geborgd wordt. Zo kan een leverancier bijvoorbeeld een duurdere transportoptie inzetten (bijvoorbeeld per vliegtuig in plaats van per boot) waardoor de geneesmiddelen toch snel naar Nederland vervoerd kunnen worden. Maar belangrijker nog is dat een prijsverhoging nodig kan zijn om een product beschikbaar te houden.

    • Er is spreiding van inkoop
    • Vanaf 2025 worden er contracten met een maximale duur van twee jaar uitgezet. Daarbij zullen de zorgverzekeraars aanvullend om en om per jaar de tenders uitschrijven. Hierdoor krijgen leveranciers bij de meeste producten jaarlijks de kans om voorkeursgeneesmiddelen te leveren en wordt het daardoor ook aantrekkelijker om een product breder beschikbaar te houden. Als leveranciers een tijd lang niet mogen leveren aan de apotheken, stoppen ze mogelijk de levering helemaal en blijven er minder leveranciers in de markt over.

    • Aanpassen financieel beleid bij niet nakomen contract
    • Als een leverancier het overeengekomen contract niet kan nakomen, brengt dit extra kosten voor de zorgverzekeraar met zich mee. Een aantal zorgverzekeraars verhaalt deze kosten op de leverancier. Zorgverzekeraars kunnen dan immers niet garant staan voor de levering van dat geneesmiddel aan hun verzekerden. Voortaan gaan leveranciers bij leveringsproblemen in gesprek met de zorgverzekeraars over de oorzaak hiervan en over het al dan niet beboeten en de hoogte van de boete. Dit helpt fabrikanten en zorgverzekeraars om gezamenlijk te komen tot een oplossing van het tekort.

     


Oorzaken van het geneesmiddelentekort

In Nederland wordt het preferentiebeleid vaak als oorzaak genoemd van het geneesmiddelentekort. Maar tekorten zijn helaas een wereldwijd probleem dat zich niet alleen bij preferente middelen voordoet en vaak veroorzaakt wordt door productie- en distributieproblemen.

We doen ons uiterste best om ons beleid direct aan te passen wanneer het invloed heeft op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dit doen wij om het ontstaan van de tekorten te voorkomen, maar ook zodra er tekorten ontstaan.

Hieronder een aantal verschillende oorzaken van het geneesmiddelentekort:

Beweeg van rechts naar links

De werkzame stof is niet beschikbaar

De werkzame stof of hulpstoffen in het geneesmiddel zijn niet beschikbaar.

Er is vertraging

Er is vertraging in de productie of in de vrijgave van het eindproduct.

De vraag is toegenomen

  • De vraag naar het medicijn is toegenomen 
  • De groeiende welvaart in de wereld zorgt voor een grotere wereldwijde vraag naar medicijnen

Terugroeping

Er is sprake van een terugroeping (recall) bijvoorbeeld vanwege kwaliteitsproblemen.

Octrooi-betwisting

Er is een octrooi(patent)-betwisting tussen een specialité-leverancier en de leveranciers van merkloze middelen.

Distributieproblemen

Er zijn logistieke problemen (transport, douane, etc.) met bijvoorbeeld de in- en uitvoer, vergunningen (opiaten) of lokale distributieproblemen.

  • Logo VGZ
  • Logo Bewuzt
  • Logo IZA
  • Logo VGZ voor de Zorg
  • Logo Unive
  • UMC Zorgverzekering
  • Logo Zekur
  • Logo Zorgzaam