Nieuws
Geen bewijs van diagnose meer nodig bij heup- en knieartrose
Wat betekent dit voor u als fysio- of oefentherapeut?
Fysiotherapeuten en oefentherapeuten kunnen op basis van de klinische classificatiecriteria uit de KNGF-richtlijn een werkdiagnose heup- of knieartrose stellen. Voor deze specifieke aandoeningen beschouwen wij deze professionele beoordeling als voldoende onderbouwing van de diagnose. U voegt deze werkdiagnose toe aan het dossier van onze verzekerde.
Waarom doen we dit?
Deze wijziging sluit aan bij onze visie op passende zorg: meer zelf thuis, gesteund door de omgeving en het sociaal domein, met een krachtige, integrale eerstelijn als fundament.
Het verplichte bewijs van diagnose door een erkend verwijzer leidde in de praktijk tot extra diagnostiek, terwijl dit voor heup- en knieartrose vaak niet noodzakelijk is. Door aan te sluiten bij de geldende professionele richtlijnen voorkomen we onnodige zorg en ondersteunen we de behandeling daar waar die thuishoort: dichtbij de patiënt, in de eerste lijn.
Alleen voor heup- en knieartrose
Deze wijziging geldt uitsluitend voor fysiotherapie en oefentherapie bij:
- Heupartrose (diagnosecode 6223) met aanspraakcode 012
- Knieartrose (diagnosecode 7023) met aanspraakcode 012
Voor uw declaratie betekent dit dat:
- Voor fysiotherapie prestatiecode 1864 gebruikt kan worden in combinatie met aanspraakcode 012
- Voor oefentherapie prestatiecode 2412 gebruikt kan worden in combinatie met aanspraakcode 012
Voor andere aandoeningen en diagnosecategorieën blijven de bestaande voorwaarden ongewijzigd.
