Uw gekozen zorgsoort:

Veelgestelde vragen en antwoorden

Op deze pagina vindt u alle veelgestelde vragen en antwoorden over Wijkverpleging (WVP), Eerstelijns verblijf (ELV) en Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ).

Wijkverpleging

  • In het inkoopbeleid is op pagina 9 onder Betaalbaarheid opgenomen dat minimaal 40% van de verpleegkundigen en verzorgenden van een organisatie ingeschreven moeten staan bij een onafhankelijk kwaliteitsregister. Wat is de peildatum voor deze 40%? 

    De peildatum voor structurele deskundigheidsbevordering betreft 1 jan 2019. Een van de punten die wij verstaan onder structurele deskundigheidsbevordering betreft het onafhankelijk kwaliteitsregister waarvan minimaal 40% van verpleegkundigen en verzorgenden ingeschreven moeten staan. Als onderdeel van de structurele deskundigheidsbevordering beoordelen wij ook de mate van intervisie, MDO of casuistiekbespreking die plaats vindt binnen uw eigen organisatie en met andere VVT organisaties. Daarnaast beoordelen we ook naar het beleid wat gevoerd wordt op scholing.  Deze vier onderdelen vormen samen de structurele deskundigheidsbevordering die niet dienen als knock-out criterium. De vier onderdelen worden meegewogen in het toekennen van type contract: plus- of standaardcontract. Deze onderdelen zijn een aanvulling op de benchmark die bestaat uit:  

    • Gemiddeld aantal maanden wijkverpleging per cliënt (doorlooptijd)
    • Gemiddelde kosten van de geleverde wijkverpleging per cliënt
    • Gemiddeld aantal uren wijkverpleging per cliënt
    • Score meest recente NPS-score zoals bekend bij het Zorginstituut
    • Aantoonbare inzet van vernieuwende technologie
  • Betreft het minima van 40% (ingeschreven verzorgenden/verpleegkundigen bij een onafhankelijk kwaliteitsregister) alleen de verzorgenden en verpleegkundigen met een vast dienstverband? 
    De 40% verpleegkundigen en verzorgenden die ingeschreven moeten staan in het kwaliteitsregister wordt bekeken over de groep die duurzaam verbonden is aan de organisatie en structureel wordt ingezet. 
  • Wij herkennen de eis uit de inkoopvoorwaarden 'Wijkverpleging' dat minimaal 40% van de verpleegkundigen/verzorgenden ingeschreven moet staan bij een onafhankelijk kwaliteitsregister. Gaat dit alleen over de verpleegkundigen en verzorgenden uit de Wijkverpleging? Of geldt dit ook voor de verpleegkundigen en verzorgenden van de GRZ en ELV?
    Deze eis met betrekking tot het kwaliteitsregister is alleen van toepassing op verpleegkundigen en verzorgende uit de wijkverpleging. Daarnaast is het natuurlijk mooi als verpleegkundigen en verzorgenden van de GRZ en ELV ook worden ingeschreven in het kwaliteitsregister, maar dit betreft geen eis. 
  • Betreft het minima van 40% (ingeschreven verzorgenden/verpleegkundigen bij een onafhankelijk kwaliteitsregister). Naast de jaarlijkse out of pocketkosten voor registratie, kost dit ook geld in de vorm van uren dat verpleegkundigen niet productief zijn i.v.m. bijwonen accreditatiebijeenkomsten. Is deze verplichting nodig als instelling gecertificeerd is en zelf de kwaliteit borgt?
    V&VN is op dit moment het enige onafhankelijke kwaliteitsregister, waarbij verder het kwaliteitssysteem voor iedere aanbieder anders is. Dus ook als de instelling de kwaliteit zelf waarborgt is de eis van toepassing dat 40% van de verpleegkundigen en verzorgenden ingeschreven moet staan in het kwaliteitsregister.  
  • Geldt het BIG-register ook als kwaliteitsregister? 
    Nee, het kwaliteitsregister en BIG-register staan nu nog los van elkaar. Verzorgenden die niet over een BIG registratie beschikken kunnen zich wel inschrijven in het kwaliteitsregister. Zij tellen mee voor de 40% registratie.  
  • Welke kwaliteitsregister zien jullie als een register dat ondersteund wordt door de beroepsgroep?
    Er is er momenteel maar één. Deze wordt door V&VN aangeboden en is de enige waarbij onafhankelijke toetsing geborgd is.
  • In het beleid staat opgenomen: Uw organisatie heeft minimaal 1 FTE niveau 5 wijkverpleging in loondienst die werkzaam is als wijkverpleegkundige? Wordt er in tegenstelling tot afgelopen jaren geen rekening gehouden met een minimum fte op basis van het aantal cliënten in zorg?
    Deze voorwaarde is zo bedoeld dat er minimaal 1 medewerker niveau 5 in dienst is. Afhankelijk van de grootte van de organisatie kan dit minder zijn dan 1 fte. Het is aan de aanbieder om te borgen dat er voldoende niveau 5 verpleegkundigen zijn om aan het kwaliteitskader en het normenkader van de V&VN te voldoen.  
  • Kan ik als zelfstandig werkende verzorgende IG in aanmerking komen voor een overeenkomst ? Ik sta niet in het BIG register.
    Als ZZP'er heeft u een BIG registratie nodig om in aanmerking te komen voor een overeenkomst. 
  • Welke VOG wordt aan nieuwe aanbieders gevraagd om op te leveren?
    VOG Rechtspersonen
  • In de inschrijving wordt uitgevraagd hoe vaak er intervisie/MDO/casuïstiek wordt uitgevoerd (zowel intern als extern). Wat moet precies meegenomen worden?
    Mede met het oog op de arbeidsmarktproblematiek, zien wij het als onze rol om zorgaanbieders te blijven stimuleren tot bevordering van de zelfredzaamheid van cliënten. Onze benchmark wordt daarom o.a. aangevuld met scores op inzet van technologie en borging van deskundigheidsbevordering middels het kwaliteitsregister. Een onderdeel van de structurele deskundigheidsbevordering betreft het beleid wat gevoerd wordt op scholing en intervisie. Om erachter te komen wat dit beleid verder inhoudt zijn een aantal vragen geformuleerd waaronder hoe vaak er een intervisie, MDO of casuïstiek word uitgevoerd op organisatie niveau. Dit kan zowel intern als extern zijn waarbij u dit of zelf organiseert of deelneemt aan een intervisie van een andere VVT instelling. 
  • In de vragenlijst Verpleging en verzorging 2019 staat de volgende vraag opgenomen: ‘Organiseert u intervisie/MDO/casuïstiekbespreking met andere VVT organisaties?’ Bedoelt u hiermee daadwerkelijk het organiseren van een overleg (initiatiefnemer zijn)?
    Het gaat hier om het deelnemen aan een intervisie, MDO of casuïstiekbespreking, uiteraard gelden eigen georganiseerde besprekingen ook.
  • Worden de tarieven voor 2019 volgens afspraken in het HLA geïndexeerd met minimaal het OVA-percentage?
    Hoe wij omgaan met de tarieven maken wij bekend voor 1 augustus. Hierin speelt tevens mee dat de NZa een tariefherijking voorbereid voor de wijkverpleging per 1-1-2019.
  • Wordt de doelgroepenregistratie ook in 2019 doorgezet, ook als blijkt dat er weinig onderscheid tussen aanbieders uit te halen valt. Wat is de toegevoegde waarde? Hoe verhoudt zich dit tot administratieve lastenverlichting?
    De doelgroepregistratie wordt ook in 2019 doorgezet. Op dit moment is dit de enige manier om inzicht te krijgen in de cliëntenpopulatie van een aanbieder.  
  • Waarom is gekozen voor NPS en niet voor Zorgkaart NL om de klantwaardering op te maken?
    Zorgkaart NL is op dit moment nog niet representatief genoeg om klantwaarderingen voor de geleverde zorg op te maken. Vandaar dat er gekozen is voor de NPS score. 

Benchmark wijkverpleging

  • Waarom is er voor gekozen om op de eerste vier aspecten geen tussenwaarden (tussen 0 en 1) toe te kennen?
    Voor de eerste drie aspecten is de uitkomst op een aspect (uren/kosten/doorlooptijd) bepalend of de aanbieder binnen het 1e kwartiel valt.  Daar is daarom een waarde 0 of 1 aan toegekend. De NPS diende een score 80% of hoger te kennen om door ons gewaardeerd te worden. cVGZ heeft er hiervoor gekozen om geen tussenwaarden op andere uitkomsten toe te kennen.
  • De vermenigvuldiging van gemiddelde uren per cliënt x tarief komt niet overeen met de kosten per cliënt?
    De bench is gebaseerd op gegevens uit twee verschillende kalenderjaren. De periode waarover de gegevens zijn meegenomen betreft  Q2 2017 t/m Q1 2018. Hierdoor is er sprake van twee verschillende tarieven die verwerkt zijn in de bench waardoor kosten per client niet exact overeenkomen bij vermenigvuldiging van uren per client en tarief. 
  • Op welke wijze is precies gecorrigeerd voor SES en leeftijd?
    De SES waarde van de zorgaanbieders populatie per leeftijdscategorie wordt gebaseerd op de postcode gebieden waar 80% van de cliënten van de aanbieder in valt. Per zorgaanbiedergroep (gebaseerd op zorgkostenplafond) wordt de gemiddelde ureninzet, het bedrag per consumerende berekend. Het aantal uren, bedrag en SES waarde per leeftijdscategorie wordt afgezet tegen het gemiddelde van de groep voor dezelfde leeftijdscategorie. Die berekening vormt de basis voor de uitkomst van de correctie op leeftijd en SES per aanbieder.
  • Welke criteria liggen ten grondslag aan de beoordeling op Scholing en technologie?
    Het belangrijkste criterium betreft of er sprake is van vernieuwende technologie gericht op zelfredzaamheid. Zo is inzet van de Medido wel inzet van technologie gericht op zelfredzaamheid, maar niet vernieuwend. Wel is er waarde toegekend aan technologie die het netwerk van de cliënt (familie/mantelzorg) versterken.
  • Waar moet de NPS score worden aangeleverd om voor dit item een score te behalen?

    De NPS score kan hier worden aangeleverd.

Eerstelijns verblijf

  • Op pagina 8 van het inkoopbeleid wordt gesproken over mogelijkheden om ELV laag complex beter te benutten. Wat wordt hiermee bedoeld?
    In het afgelopen jaar hebben wij gemerkt dat niet alle huisartsen de weg goed weten te vinden naar ELV bedden. Om de juiste zorg op de juiste plek aan te kunnen bieden, maken wij graag verbeterafspraken om ELV laag complex beter te benutten.  
  • Op dit moment wordt er gebenched op ligduur. Sommige aanbieders met laagcomplexe ELV nemen verzekerden soms voor 1 of 2 dagen op, waarmee de gemiddelde ligduur wordt verkort. Hierdoor kan een perverse prikkel ontstaan om verzekerden kort op te nemen i.p.v. thuis te behandelen via wijkverpleging. Hoe houdt de bench hier rekening mee? 
    Het is aan de zorgaanbieder om de juist zorg op de juiste plek aan te bieden waarbij de cliëntvraag leidend is. Ervan uitgaande dat de zorgaanbieder de cliënt centraal zet en ervoor zorgt dat de meest passende zorg aangeboden wordt, brengen wij geen correctie aan in de bench.   
  • Op pagina 18 van het inkoopbeleid wordt gesproken over een terugkoppeling vanuit het coördinatiepunt naar de verwijzer op het moment dat de aanmelding onterecht is (geweest). Kan dit verder worden toegelicht? 
    Indien een ELV aanmelding onterecht is geweest, organiseert het coördinatiepunt een terugkoppeling naar de verwijzer om ervoor te zorgen dat een dergelijke onterechte aanmelding in een vergelijkbare situatie kan worden voorkomen. Door deze terugkoppeling verwachten wij het lerend vermogen van de verwijzer te bevorderen.
  • In de algemene inkoopeisen ELV staat vermeld dat een patiënt binnen 24 uur kan worden opgenomen; Hoe hard wordt deze eis beoordeeld? 
    Het is belangrijk dat u streeft naar een opname van de patiënt binnen 24 uur. Indien dit in een enkel geval niet haalbaar is, zullen wij u om deze reden geen uitsluitsel geven om een overeenkomst aan te gaan. 
  • Hoe ziet de bekostiging van de eerstelijnsverblijf coördinatiepunten eruit? 
    Op dit moment maken we hierover waar nodig afspraken binnen het integrale tarief. De voorkeur van VGZ gaat uit naar een aparte prestatie om hierover afspraken te maken. Hiervoor is de NZA de verschillende opties aan het uitwerken. 
  • In het filmpje wordt aangegeven dat VGZ in de toekomst aangeeft welke doelgroepen zij voor ELV geschikt vinden. Kunt u hier al iets over zeggen? En, gaan zorgverzekeraars hier dan ook uniform mee om? 
    Wij kunnen dit nog niet concreet maken, omdat wij nog meer inzichten moeten verkrijgen in welke patiënten met name gebruik maken van ELV. Dit zal ook zeker onderwerp van gesprek zijn op ZN niveau.

Geriatrische Revalidatie Zorg

  • Kan VGZ de verscherpte norm van 25% opleiding tot geriatrisch verpleegkundige/verzorgende en 33% opleiding voor fysiotherapeuten nader toelichten? Hoe hard is deze norm?
    De voorwaarden op pagina 16 van het inkoopbeleid zijn leidend. De inleidende tekst op pagina 6 licht dit beleid toe: “Voor 2018 gaf VGZ in haar inkoopdocument de GRZ-organisaties de vrijheid om de opleidingen in samenspraak met MBO/HBO- opleidingen vorm te geven. Voor 2019 is deze vrijblijvendheid niet meer aanwezig. Vandaar de eis van 25%. Voor de fysiotherapeuten geldt dat minimaal 33% de opleiding tot geriatrisch fysiotherapeut volgt en/of heeft afgerond.” Als uw organisatie niet kan voldoen aan deze eis vragen wij jullie aan te tonen binnen welke (korte) periode er gestart kan worden met de opleidingen zodat wel aan deze deskundigheidseis voldaan kan worden. 
  • Eén eis in de inkoopvoorwaarden GRZ betreft dat minimaal 33% van de fysiotherapeuten een opleiding tot fysiotherapeut in de Geriatrische Revalidatie volgt of heeft gevolgd. Welke opleiding wordt precies bedoeld?
    De master Geriatrische Fysiotherapie betreft de opleiding die wordt bedoeld in het inkoopbeleid en voldoet daarmee aan de eis. Als uw organisatie niet kan voldoen aan deze eis van 33% vragen wij jullie aan te tonen binnen welke (korte) periode er gestart kan worden met de opleidingen zodat wel aan deze deskundigheidseis voldaan kan worden.