Premieopbouw 2018

Zorgpremie 2018

Wat is de opbouw van uw jaarpremie* in 2018?

 

1. Rekenpremie 2018(overheid)

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maakt ieder jaar met Prinsjesdag de rekenpremie bekend. Het ministerie baseert deze premie op de verwachte kosten van de zorg van het volgende jaar (2018) en berekent wat dat per premiebetaler betekent. Voor 2018 verwacht het ministerie een toename van de zorgkosten, onder andere als gevolg van looninflatie, vergrijzing en medische ontwikkelingen. De rekenpremie bevat dus alléén de zorgkosten en niet het inkoopvoordeel dat de zorgverzekeraar behaalt door goede afspraken te maken met zorgaanbieders (zie ook 2) en ook niet de bedrijfskosten (zie 3) van die zorgverzekeraars.

2. Resultaat zorginkoop en verevening

Coöperatie VGZ maakt afspraken over de zorg voor haar verzekerden met zorgaanbieders zoals huisartsen, ziekenhuizen en apothekers. Die afspraken gaan over de kwaliteit van de zorg, over de klantvriendelijkheid en over de kosten. Als we zorg van goede kwaliteit tegen een gunstige prijs inkopen en zorgen dat mensen dichtbij huis en snel geholpen worden, hoeven we minder geld uit te geven. Zo kunnen de premies lager blijven. Ook werken we samen met zorgaanbieders aan vernieuwingen die leiden tot een verbetering van de kwaliteit van zorg en een reductie van de kosten. Zo blijft de zorg betaalbaar en is er genoeg geld voor de zorg die u nodig heeft, nu en in de toekomst.  

Daarnaast krijgt iedere zorgverzekeraar een bijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds. Deze zogenaamde ‘vereveningsbijdrage’ is gebaseerd op de samenstelling van het verzekerdenbestand. Op deze manier kunnen zorgverzekeraars voor al hun verzekerden dezelfde premie rekenen, ongeacht hun gezondheid of leeftijd. Hoewel de overheid de vereveningsbijdrage zo nauwkeurig mogelijk bepaalt, kunnen de werkelijke zorgkosten toch afwijken van het standaardbedrag van de vereveningsbijdrage. Coöperatie VGZ verwacht per saldo een positief resultaat uit zorginkoop en verevening en geeft dit voordeel door in de premie.

3. Bedrijfskosten

Bedrijfskosten zijn de kosten die Coöperatie VGZ maakt om haar verzekerden een goede verzekering te kunnen bieden: om goede zorg voor een betaalbare prijs in te kopen voor haar verzekerden, maar ook om verzekerden goed te kunnen informeren over hun polis en de vergoedingen. Daarvoor hebben we gekwalificeerd personeel nodig en betrouwbare computersystemen. Ook huisvestingskosten vallen onder bedrijfskosten. Coöperatie VGZ kijkt voortdurend naar mogelijkheden om de kosten per verzekerde verder te verlagen. Daardoor daalden deze kosten ten opzichte van vorig jaar. Dit is gunstig voor de premie.

4. Inzet beleggingsopbrengsten

Coöperatie VGZ beheert de premiegelden die zij van haar verzekerden ontvangt op een verantwoorde en toekomstbestendige manier. Coöperatie VGZ spreidt daarom de risico’s en hanteert hierbij een evenwichtig beleggingsbeleid: het grootste deel van de beleggingen zit in vastrentende waarden. Omdat de rente nu erg laag is en omdat beleggingsopbrengsten onzeker zijn, verwerkt Coöperatie VGZ in 2018 geen toekomstig beleggingsrendement in de premie.

5. Onttrekking aan reserves (teruggave winst)

Wanneer Coöperatie VGZ meer inkomsten heeft dan uitgaven, kan een deel van  dit positieve resultaat (de ‘winst’)  worden teruggegeven aan haar verzekerden, via een verlaging van de premie. Coöperatie VGZ heeft in 2017 een aanzienlijk deel van de winst teruggegeven en doet dat in 2018 ook.

6. Toevoeging aan reserves

Zorgverzekeraars moeten van de overheid (De Nederlandsche Bank) een financiële reserve aanhouden om onverwachte tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Doordat de zorg in Nederland jaarlijks duurder wordt, moeten ook de reserves ieder jaar een beetje stijgen. Het bedrag van deze reserves is gelijk aan de zorgkosten die we uitkeren aan al onze verzekerden in een periode van drie maanden. Doordat de onttrekking aan reserves (zie toelichting 5) hoger is dan de toevoeging aan reserves is de toevoeging aan reserves per saldo nul.

7. Opslag winst

Verzekeraars die gericht zijn op het maken van winst, rekenen een winstopslag bij de berekening van de premie. Coöperatie VGZ heeft echter géén winstoogmerk en geen aandeelhouders en rekent dus ook géén opslag door aan haar verzekerden.

8. Collectiviteitskortingen

Via verschillende collectiviteiten geven zorgverzekeraars hun verzekerden kortingen. Deze kortingen worden als opslag op de rekenpremie opgenomen in de premie.

9. Vrijwillig eigen risico

Verzekerden krijgen korting als naast het wettelijk verplicht eigen risico een vrijwillig eigen risico wordt afgesloten. Deze kortingen worden als opslag op de rekenpremie opgenomen in de premie. 

10. Oninbare premies

Helaas betaalt niet iedere Nederlander de zorgpremie. Zorgverzekeraars moeten de inkomsten die ze hierdoor mislopen verrekenen in de premie.
   

*De hier genoemde premie is het gemiddelde van alle premies van de basisverzekeringen die Coöperatie VGZ biedt. De verschillen komen voort uit de specifieke afspraken per collectiviteit, de keuzevrijheid in het  zorgaanbod en de inrichting van de dienstverlening.

Hoe besteedt Coöperatie VGZ het behaalde rendement (de winst)?

Coöperatie VGZ is een zorgverzekeraar zonder winstoogmerk. Dat betekent dat we niet gericht zijn op het maken van winst: ons doel is immers het organiseren van goede zorg, en we hebben geen aandeelhouders die van ons verwachten dat we hen winst uitkeren.

Toch maken we soms wel ‘winst’. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar dat is het niet: elk jaar stellen we onze premie opnieuw vast, waarbij we een schatting maken hoe hoog de zorgkosten voor het komende jaar zijn. Dat kunnen we vrij nauwkeurig, maar helemaal exact lukt dat natuurlijk nooit. Daardoor houden we soms dus geld over (positief resultaat/’winst’), en soms komen we geld te kort (negatief resultaat/’verlies’). Deze bedragen klinken misschien hoog, maar ze zijn feitelijk slechts een fractie van het totale bedrag dat we jaarlijks voor onze klanten betalen aan zorgkosten. Over 2016 behaalden we een verlies van 76 miljoen euro: dat is nog geen 1 procent van de ruim 10 miljard euro die we in dat jaar aan zorgkosten voor onze verzekerden betaalden. In de premies voor 2018 wordt ook rekening gehouden met het resultaat over 2017.

 

Het geld dat we overhouden aan het eind van het jaar, kunnen we op drie manieren inzetten:

  • Naar de zorg

    Naast de betaling van de reguliere zorgkosten (ziekenhuis, huisarts, apotheek, tandarts, fysiotherapeut etc.), financieren we ook tal van zorgvernieuwende projecten, zoals leertuinen, het ontwikkelen van good practices, wijknetwerken,  mantelzorgprojecten, vernieuwingen in de GGZ. Wilt u weten hoe de verdeling van het geld over de reguliere zorgkosten eruit ziet, klik dan hier.

  • Naar onze verzekerden

    We kunnen ook besluiten om het geld dat we overhouden aan onze verzekerden terug te geven, in de vorm van een beperking van de premiestijging. Dit jaar hebben we dat net als vorig jaar voor onze verzekerden kunnen realiseren

  • Naar de reserves

    Soms besluiten we een deel van het positief resultaat toe te voegen aan onze reserves. Net als de meeste organisaties en huishoudens, houden we voor onverwachte kosten in de toekomst een financiële buffer aan: zo kunnen we ook bij tegenvallende inkomsten of hogere uitgaven aan onze verplichtingen voldoen. We moeten immers de declaraties van ziekenhuizen, huisartsen, apothekers en andere zorgaanbieders wel kunnen blijven betalen voor onze verzekerden. Ook De Nederlandsche Bank en de Europese regels stellen op dit punt strikte eisen aan zorgverzekeraars.

360x150